De overtuiging dat leiders en hun bedrijven kunnen floreren door te doen wat goed of juist is, is in het laatste decennium weer aan een opmars bezig, zo stelt Martijn Hendriks in een recent overzicht van de wetenschappelijke literatuur. Dat vindt ook zijn weerslag in diverse boeken voor een groter publiek. In dit artikel worden vier recente boeken besproken en vergeleken

Besproken boeken:

  1. The Enlightened Capitalists; Cautionary Tales of Business Pioneers Who Tried to Do Well by Doing Good.
  2. Conscious Capitalism Field Guide; Tools for Transforming Your Organization
  3. Business Ethics; A Virtue Ethics and Common Good Approach.
  4. Leadership in Practice; Theory and Cases in Leadership Character

Deze boekbespreking is eerder deze maand verschenen in een themanummer over ‘drijfveren, deugden en leiderschap’ in het tijdschrift Management & Organisatie, nummer 2/3 van 2020.


The Enlightened Capitalists; Cautionary Tales of Business Pioneers Who Tried to Do Well by Doing Good

The Enlightened Capitalists; Cautionary Tales of Business Pioneers Who Tried to do Well by Doing GoodDe overtuiging dat leiders en hun bedrijven kunnen floreren door te doen wat goed of juist is, is in het laatste decennium weer aan een opmars bezig, zo stelt Martijn Hendriks in zijn overzicht van de wetenschappelijke literatuur elders in dit nummer. Dat dit geenszins een nieuw idee is, wordt overtuigend geïllustreerd door The Enlightened Capitalists; Cautionary Tales of Business Pioneers Who Tried to Do Well by Doing Good (2019), geschreven door James O’Toole, hoogleraar bedrijfsethiek aan de Universiteit van Denver. Hij bespreekt het leven, gedachtegoed en werk van zo’n 30 Amerikaanse en Europese “verlichte kapitalisten” in historische volgorde. De vragen die destijds bij deze ‘verlichte kapitalisten’ leefden, meent O’Toole, zijn nog altijd actueel. Het boek begint met de Britse industrialist Robert Owen (1771-1858) en bespreekt de Amerikaanse Ben Cohen (1951), medeoprichter van het fameuze ijsmerk Ben & Jerry’s, als jongste voorbeeld.

Wat de besproken kapitalisten gemeen hebben, constateert O’Toole aan het einde van het boek, is dat ze geen van allen vanuit een filantropische invalshoek te werk gingen, maar zich ervan bewust waren dat deugd niet kan compenseren voor mismanagement en slechte bedrijfsvoering. De casussen in het boek tonen stuk voor stuk en zonder uitzondering aan dat een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering en winst maken prima samen kunnen gaan. De verhalen maken concreet waaruit een verantwoorde en respectvolle omgang met stakeholders, inclusief het personeel, kan bestaan en wat de uitdagingen daarbij zijn.

In verschillende casussen springt vooral de commitment aan het welzijn en de ontwikkeling van het personeel eruit. Zo zag Owen het als een primair doel voor zijn fabrieken om zijn arbeiders een omgeving te bieden “in which they could become industrious, prosperous, virtuous and happy” (p.15), en hij ging ver om dat doel te bereiken. Niet iedereen waardeerde dat echter. Hij kreeg onder meer te maken met beschuldigingen van paternalisme (een thema dat vaker terugkomt in het boek). En opvallend genoeg waren ook linkse hervormers en leiders van de arbeidersklasse zeer kritisch, omdat Owen zijn werknemers ten onrechte zou laten denken dat hun belang parallel kon lopen met dat van de kapitaalbezitters en managers – wat op lange termijn échte hervorming (of revolutie) in de weg zou staan (ook dat komt in andere cases terug).

Een ander voorbeeld van een inspirerende omgang met personeel is James Lincoln (1883-1965, oprichter van Lincoln Electric), die zijn medewerkers als partners beschouwde. Hij was ervan overtuigd “that workers are motivated to cooperate with management when they are respected as human beings and given a chance to develop – and use – their talents on the job.” En dat dat de sleutel is tot het optimaal bedienen van klanten met kwaliteitsproducten voor een lage prijs. Hij creëerde “a managerial system based on trust and a strong sense of community – virtues he would consciously and carefully nurture over decades” (p.113). Het bedrijf is nog altijd succesvol. Maar wat deze casus ook duidelijk maakt, legt O’Toole uit, is dat een dergelijke werkwijze en bedrijfscultuur veel vragen van de werkethiek en de deugden van medewerkers. Medewerkers worden dan ook zorgvuldig geselecteerd en doorlopen een lange testperiode voordat ze een vast contract krijgen (wat ertoe geleid heeft dat er sinds 1947 niemand is ontslagen!). Tussen de medewerkers onderling zijn er opvallend veel familieverbanden, en O’Toole veronderstelt dat dit komt doordat in deze families deugden gekweekt worden die passen bij de bedrijfscultuur. Daarmee is het model van Lincoln Electronic wellicht geen oplossing voor gehele economie.

Het zijn prachtige voorbeelden, die in het boek besproken worden. Helaas lijken de ‘verlichte kapitalisten’ er nauwelijks in geslaagd te zijn om hun peers te inspireren om hun voorbeeld na te volgen. Gedeeltelijk, sugereert O’Tool op verschillende plaatsen in het boek, omdat ze geneigd waren te veel nadruk te leggen op het ethisch belang van hun beleid en te weinig op de voordelen voor het bedrijf. Maar ook als dat wel benadrukt wordt, zo merkte O’Toole in de loop der jaren in zijn gesprekken met MBA studenten en senior-managers, is de neiging om met bezwaren te reageren (O’Toole geeft een puntsgewijs overzicht op p.118-119). Bovendien betaalden de ‘verlichte kapitalisten’, stelt O’Toole, veelal een behoorlijke persoonlijke prijs voor hun moed om het goede te doen; Het vroeg een onvermoeibare inzet van hen, een continu sleutelen aan het bedrijf om de balans tussen verschillende waarden en belangen goed te krijgen en te houden. Het blijkt verdraaid moeilijk om het in alle opzichten goed te doen. “Virtue requires hard work, indeed”, verzucht O’Toole al na de zesde casus (p.144).

Desondanks hoopt O’Toole dat hedendaagse leiders zullen leren van de voorbeelden in het boek. De diepgang van zijn verhalen zal daar zeker aan bijdragen; Hij bespreekt de maatschappelijke context waarin de kapitalisten opereerden, hun motivaties en overwegingen, de belangrijkste keuzes die ze maakten bij de vormgeving van hun bedrijf, of dit succesvol was of niet, de reacties van anderen op hun handelen, en hoe dit alles zich ontwikkelde in de loop der tijd. Persoonlijke details maken dat de ‘verlichte kapitalisten’ als mensen tot leven komen (zo verneemt de lezer dat Owen in sociaal opzicht wat onbeholpen was, maar tijdens bedrijfsfeesten opleefde op de dansvloer), en vooral ook feilbaar blijken (zo was William Lever, de oprichter van de voorganger van Unilever, kennelijk een nogal autoritaire micromanager, die alleen echt luisterde naar zijn vrouw). Amusante details hier en daar maken het boek net iets lichter (zo schijnen de varkens die Ben & Jerry inschakelden om een van de reststromen uit de ijsfabriek te verorberen, alleen niet van de smaak Mint Oreo te houden). Hoewel de verhalen stuk voor stuk interessant zijn en je aandacht als lezer weten vast te houden, begint het boek op een zeker moment in de ruim 500 pagina’s wel een beetje te veel van het goede te worden. Het leent zich beter voor af en toe eens een verhaal lezen en dat laten bezinken, dan voor in één ruk uitlezen.

In een drietal afsluitende hoofdstukken reflecteert O’Toole op wat we kunnen leren van zijn historische casussen en kijkt hij vooruit naar de toekomst van het kapitalisme. Zijn belangrijkste constatering: de besproken kapitalisten probeerden allen de invloed van aandeelhouders te minimaliseren. Terecht, meent hij; Na het vertrek van de pionier werd bij minder dan een handvol bedrijven de ethische koers langer dan twee generaties van leiders vastgehouden. Waar dat wel lukte, was dat omdat het beleid verankerd kon worden in de managementstructuur, wat mogelijk was doordat het bedrijf in handen is van families, stichtingen en/of medewerkers. Eigendom is, concludeert O’Toole (p.436), “meer dan wat dan ook de belangrijkste voorspeller van deugdzame zakenpraktijken, en in het bijzonder de sleutel tot de duurzaamheid daarvan.” De opkomst en ontwikkeling van het Anglo-Amerikaanse laissez-fair aandeelhouderskapitalisme baart hem dan ook zorgen. De recente koerswijziging van Unilever en het lot van wereldverbeteraar Paul Polman, die er van 2009 tot 2019 CEO was, onderstreept het probleem voor hem nog eens.1 Deze reflecties – en zijn kritische kanttekeningen bij een aantal positieve trends die hij ook bespreekt, zoals de opkomst van de ‘Conscious Capitalism’ beweging – maken de toon van de slothoofdstukken vrij pessimistisch.

Conscious Capitalism Field Guide; Tools for Transforming Your Organization

Veel optimistischer van toon – en totaal anders qua insteek – is een ander vrij recent verschenen boek, Conscious Capitalism Field Guide; Tools for Transforming Your Organization (2018). De auteurs – Raj Sisodia, Timothy Henry en Thomas Eckschmidt – behoren tot de kern van Conscious Capitalism. Deze organisatie heeft als uitgangspunt dat het kapitalisme in de kern inherent ethisch is, omdat het gaat om vrijwillige transacties die voor alle betrokken partijen voordeel opleveren, en bovendien armoede bestrijdt en welvaart creërt. De website van Conscious Capitalism noemt een 20-tal bedrijven als hoofdsponsor, en een stuk of 100 bedrijven als betrokken bij lokale/regionale afdelingen.

Het enorme probleem van aandeelhouderskapitalisme, stelt O’Toole in zijn kritische bespreking van Conscious Capitalism (p.453), wordt door de beweging niet onderkend. Overheidsregulering zou volgens medeoprichter John Mackey niet nodig moeten zijn, als bedrijven maar zouden inzien – in de woorden van filosoof Govert Buijs – waartoe ze werkelijk op aarde zijn. Het is de missie van Conscious Capitalism om deze omslag tot stand te brengen. In het voorwoord dat medeoprichter John Mackey schreef voor de Field Guide blijkt de positie van de ‘conscious capitalists’ genuanceerder dan O’Toole stelt (of wellicht is het een kwestie van voortschrijdend inzicht in de beweging); Mackey identificeert op korte termijnswinst gerichte, activistische aandeelhouders wel degelijk als een “clear and present danger” (p.xiii) voor de Conscious Capitalism beweging. De relatief nieuwe juridische status van ‘benefit corporation’ zou helpen om daar weerstand tegen te bieden, maar we moeten volgens hem ook verkennen hoe “financial capitalism” (p.xiv) hervormd kan worden. De focus van dit boek is echter op wat een bedrijf zelf kan doen.

In een eerder boek uit 2013 zetten John Mackey (oprichter en CEO van Whole Foods Markets) en Raj Sisodia (hoogleraar marketing) al de filosofie van Conscious Capitalism uiteen, inclusief de vier basisprincipes die de structuur van de Field Guide vormen: (1) hogere doelstelling, (2) stakeholderoriëntatie, (3) bewust leiderschap en (4) bewuste organisatiecultuur. Het eerste hoofdstuk vat deze bedrijfsfilosofie nog eens kort samen. Het constateert dat mensen onvermijdelijk hun eigenbelang nastreven, maar tegelijkertijd ook een diep gewortelde drang hebben om te geven om mensen en dingen buiten zichzelf. Deze twee menselijke neigingen zouden samen, zo stellen de auteurs, de motoren van het kapitalisme moeten vormen. De twee klassieke werken van Adam Smith, The Wealth of Nations (1776) en The Theory of Moral Sentiments (1759), moeten aldus bij elkaar worden gebracht. Het hoofdstuk verwijst naar onderzoek dat aantoont dat ethisch verantwoord opereren bedrijven financieel ook geen windeieren legt. Met de disclaimer dat dit niet kan compenseren voor slecht management. Wat dat betreft zitten de hedendaagse Bewuste Kapitalisten dus op één lijn met de historische Verlichte Kapitalisten die O’Toole beschreef.

De rest van de Field Guide maakt waar wat de titel belooft: het is een heel praktisch boek dat veel opdrachten en oefeningen biedt, primair bedoeld voor leiders en hun directe team. De inleiding belooft dat door het boek heen werken een plan met prioriteiten voor een tot anderhalf jaar oplevert, en een visie op de beoogde transformatie van het bedrijf in drie tot vijf jaar. Naast oefeningen zijn er in het boek regelmatig intermezzo’s te vinden met reflecties en korte voorbeelden en verhalen van bedrijven en leiders die al eerder met de Conscious Capitalism (CC) principes aan de slag zijn gegaan. Op diverse plaatsen in het boek staan verder QR-codes afgedrukt, de zouden moeten leiden naar video’s en extra informatie op een website bij het boek. Helaas is deze site uit de lucht, of in ieder geval op het moment van schrijven van deze recensie.

Om een indruk te geven van de toon en inhoud van het boek: medewerkers vormen een van de zes types stakeholders, die ieder eenzelfde hoeveelheid aandacht krijgen in deel twee van het boek (stakeholderoriëntatie). Leveranciers, klanten, investeerders, de gemeenschap en de natuurlijke omgeving vormen de andere vijf categorieën. Dit is volgens de auteurs de kern van wat het betekent om medewerkers als stakeholder behandelen:

First, we need to recognize the central role that they play in creating value. We must appreciate that human beings are not a resource; they are a source. They are capable of extra-ordinary acts of innovation, creativity and caring. Employees deserve to be cared for, inspired, recognized, and celebrated. Their well-being and that of their families is inherently important. It means recognizing that their work is an inherent part of their identity and can be a source of deep fulfillment and meaning.” (p.112/113)

Dat impliceert, stellen de auteurs, dat de volgende ‘praktijken’ zouden moeten worden ingevoerd (p.113): (1) “treat each employee as a precious human being”, (2) “strive to be a good steward of their lives”, (3) “give them opportunities to grow and evolve”, (4) “help heal them and make them whole”, en (5) “empower them to share their gifts and realize their potential.” Dit zijn eerder hoogdravende ambities dan concrete praktijken. In de bijbehorende oefening wordt het iets duidelijker hoe dit in de praktijk gerealiseerd zou kunnen worden. De oefening bestaat uit een vragenlijst met 20 stellingen over hoe het bedrijf met medewerkers omspringt. Voorbeelden van stellingen zijn “we provide employees opportunities to engage in meaningful community development projects in company time” en “we actively foster diversity in ideas, backgrounds, and experiences.” De bedoeling is dat 10 C-niveau executives en HR-managers en 100 medewerkers de vragenlijst invullen om te achterhalen in hoeverre het bedrijf nu goed bezig is qua bewuste omgang met medewerkers. Maar daarmee is het onderwerp ‘medewerkers als stakeholders’ helaas afgerond.

Het belang van deugden speelt voortdurend op de achtergrond van dit boek, al wordt er niet in die termen over gesproken. Liefde wordt bijvoorbeeld genoemd als een van de kwaliteiten waaraan een ‘compelling purpose’ (deel 1 van het boek) voor het bedrijf moet voldoen; De bedrijfsdoelstelling “must emanate from the deep reservoir of love and caring largely untapped in most of us” (p.42). Bij Peterson en Seligman – zie het literatuuroverzicht elders in dit themanummer – is liefde een van de karaktertrekken die onderdeel uitmaken van de deugd van menselijkheid. ‘Kracht’ is een van de gewenste eigenschappen voor bewuste leiders (deel 4 van het boek) en het houdt volgens Sisodia en zijn medeauteurs in dat sterke leiders zelfverzekerd en moedig zijn, maar niet arrogant. Moed is een van de deugden van Peterson en Seligman, en bescheidenheid een van de karaktertrekken die bij de deugd van matigheid horen. Flexibiliteit is een andere eigenschap die bewuste leiders volgens de CC Field Guide zouden moeten hebben. Bewuste leiders “can embody seemingly opposite qualities such as wisdom and lightheartedness, and toughness and love, simultaneously” (p.253) en ze doen dat in reactie op wat er nodig is in een specifieke situatie. Dit vermogen om te reageren op de concrete omstandigheden is ook in de deugdenethiek essentieel.

Business Ethics; A Virtue Ethics and Common Good Approach

Business Ethics; A Virtue Ethics an Common Good ApproachGezien het belang dat deugdenethiek eigenlijk heeft voor Conscious Capitalism, is het wellicht een gemiste kans dat de CC Field Guide niet expliciet verwijst naar deze filosofische traditie.2 Het derde boek in deze bespreking, Business Ethics; A Virtue Ethics and Common Good Approach (2018) gaat daar juist specifiek over, maar heeft een heel andere primaire doelgroep dan de CC Field Guide, namelijk studenten. De drie redacteuren werken allen aan de University of Navarra, twee als hoogleraar bedrijfsethiek en één als universitair hoofddocent morele theologie. Business Ethics (207 pagina’s) is volgens hen het eerste tekstboek bedrijfsethiek met een volledig deudgenethische invalshoek. Opvallend is de geografische/culturele diversiteit van de auteurs die hebben bijgedragen aan het boek; Er zitten ook auteurs bij uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Het uitgangspunt van het boek is dat de ultieme bestaansreden van het bedrijfsleven is om het algemeen belang of het ‘gedeelde goed’ te bevorderen. De consequentie daarvan is, beargumenteren de redacteuren in het voorwoord, dat het maximaliseren van winst niet het doel kan zijn. In de ruim 200 pagina’s die het boek telt, staan drie deugdenethische bronnen centraal: Aristoteles, Alasdair MacIntyre en de katholieke sociale leer. Het boek begint met een inleidend hoofdstuk op deugdenethiek en deze drie uitwerkingen daarvan. Daarna volgen zeven hoofdstukken waarin steeds een functie of aspect van de bedrijfsvoering centraal staat, namelijk achtereenvolgens leiderschap, financieën, productie, marketing, personeelszaken, juridische zaken en het bestuur van bedrijven. De hoofdstukken na de inleiding hebben een uniforme structuur: een inleiding met puntsgewijze leerdoelen, achtereenvolgens een bespreking van de drie bronnen in relatie tot het onderwerp, vervolgens een concrete casus en tenslotte een aantal discussievragen. In het laatste hoofdstuk wordt, als een soort toegift, nog een vierde deugdenethische benadering besproken: het confucianisme.

Binnen bovengenoemd stramien voor de hoofdstukken leggen de diverse auteurs verschillende accenten. Zo staat in het hoofdstuk over human resouce management Aristoteles’ onderscheid tussen actie (praxis) en productie (poiesis) als het resultaat van werk centraal, en in het hoofdstuk over bestuur zijn begrip van de deugd van praktische wijsheid (phronesis) en de ondeugd van sluwheid (panourgia). En uit de katholieke sociale leer leent het hoofdstuk over human resource management de vier fundamentele principes van 1) menselijke waardigheid, 2) het gedeelde goed, 3) subsidiariteit en 4) participatie. Het hoofdstuk over leiderschap daarentegen gaat vooral in op de sociale aard van de mens en het belang van sociale gemeenschappen als implicatie van de claim dat mensen naar God’s evenbeeld geschapen zijn (imago Dei).

Wat jammer is, is dat in slechts drie van deze zeven hoofdstukken is een puntsgewijs overzicht te vinden is van de benodigde deugden voor het goed vormgeven van het betreffende onderdeel van de bedrijfsvoering. Het hoofdstuk over leiderschap besteedt hier de meeste aandacht aan, het bespreekt achtereenvolgens diligence, professionalism and competence; courage; justice; temperance and sobriety; veracity or truthfulness; humility; prudence, en love, kindness and magnanimity. In het hoofdstuk over marketing komen fairness, trustworthiness, respect en empathy kort aan de orde. Het hoofdstuk over juridische zaken, tenslotte, noemt en definieert discernment, prudence, fairness, a long-term view, moderation, courage, justice en practical wisdom.

De opzet van het boek, erkennen de redacteuren in hun voorwoord, maakt dat er onvermijdelijk enige overlap en herhaling tussen de hoofdstukken zit. Desalniettemin was er nog wel wat te winnen geweest met een nog net iets meer systematische opzet en verdere coördinatie tussen de auteurs van de hoofdstukken; Sommige uitleg, bijvoorbeeld over MacIntyre’s onderscheid tussen interne en externe goederen en tussen praktijken en instituties, komt steeds weer terug. Daarnaast laat de huidige uitwerking gaten vallen. Over de mens als sociaal dier heeft Aristoteles bijvoorbeeld ook het een en ander gezegd, maar dat komt niet aan de orde in bovengenoemd hoofdstuk dat de sociale aard van de mens volgens de katholieke leer bespreekt. Verder zou een gezamenlijke deugdenlijst een goed uitgangspunt zijn geweest – het volgende boek doet dit beter! – waarbinnen de auteurs per hoofdstuk uiteraard hadden kunnen werken met verschillende prioriteiten, interpretaties en voorbeelden.

Wat de casussen in het boek betreft: deze betreffen zowel grote multinationals als kleine en middelgrote bedrijven. Qua lengte en diepgang nemen ze een middenpositie in tussen de korte voorbeelden van 1 à 2 pagina’s in de Field Guide en de uitgebreide besprekingen van 20 tot soms wel 30 pagina’s per bedrijf in het eerste boek. In tegenstelling tot de CC Field Guide en The Enlightened Capitalists zijn de casussen in Business Ethics niet alleen ethische modelbedrijven, maar zitten er ook een bedrijf tussen zoals Primark, dat worstelt met de duurzaamheid van fast fashion en de verantwoordelijkheden tegenover fabrieksmedewerkers in Azië. Zoals je zou verwachten in een tekstboek bedrijfsethiek voor studenten zijn er in iedere casus wel een of meer concrete personages te vinden die worstelen of geworsteld hebben met ethische vraagstukken en thema’s.

Een casus die er uit springt, is die over Ben & Jerry’s, een bedrijf dat ook al behandeld werd in The Enlightened Capitalists. In Business Ethics wordt de casus volledig ingebed in fictie, in een verhaal over David. Hij had in een vak bedrijfsethiek ooit al gehoord van Ben & Jerry’s, startte zijn carriėre met ambitieuze doelen bij een meer conventioneel bedrijf, maar is dolgelukkig nu onderdeel te zijn van de hechte gemeenschap die medewerkers van Ben & Jerry’s vormen. David ziet in het verhaal onder meer overeenkomsten tussen hoe zijn lacrosse sportteam en het bedrijf functioneren, en reflecteert op wat hij tijdens zijn studie geleerd heeft over bedrijfskunde en bedrijfsethiek, zijn werkervaring daarna en wat hij nu bij Ben & Jerry’s ziet. In feite is het verhaal van David net zo goed een illustratie van een deugdzaam bedrijf dat human flourishing van groot belang acht, als van een deugdzame medewerker die heeft geleerd waar het in het leven echt om draait. Net zoals in The Enligthened Capitalists goede bedrijven en deugdzame oprichters/leiders hand in hand gaan. De hele casus in fictievorm schrijven had gemakkelijk een kunstmatig aandoende exercitie kunnen worden, maar het verhaal is leuk en vlot geschreven.

Leadership in Practice; Theory and Cases in Leadership Character

Ook het laatse boek van deze bespreking, Leadership in Practice; Theory and Cases in Leadership Character (2018), is een samengestelde bundel (333 pagina’s) primair bedoeld voor studenten bedrijfskunde. De redacteuren zijn Gerard Seijts (een Canadese hoogleraar organisatiegedrag) en Karen MacMillan (universitair hoofddocent oganisatiegedrag en HRM, ook in Canada). Doel van het boek is om studenten het belang van karaktervorming te laten inzien, hen een vocabulaire te geven om daarop te reflecteren en te illustreren hoe dat in de praktijk kan worden toegepast.

Terwijl Business Ethics een aantal ethisch-filosofische theorieën als vertrekpunt neemt, is Leadership in Practice gebaseerd op sociaal-wetenschappelijk onderzoek, en wel meer specifiek het framework dat Mary Crossan, Gerard Seijts, en Jeffrey Gandz in hun eerdere werk ontwikkeld hebben (zie ook het literatuuroverzicht elders in dit themanummer). Dit framework wordt in de inleiding uitgelegd. Voorbeeldig leiderschap kent drie componenten: character, competencies en commitment – het zogenaamde 3C model. Een karakterdimensie is vervolgens ook een combinatie van drie elementen: waarden, deugden en persoonlijkheidskenmerken. De introductie onderscheidt 11 karakterdimensies, namelijk drive, collaboration, humanity, humility, integrity, temperance, justice, accounability, courage, transcendence en judgment. Die laatste, oordeelsvorming, neemt daabinnen een bijzondere plaats in, het is de centrale dimensies waar alle andere dimensies aan bijdragen. Op het eerste gezicht vergelijkbaar met de centrale plaats die praktische wijsdom bij Aristoteles inneemt.

De 31 hoofdstukken die het boek bevat, zijn georganiseerd volgens vier niveaus van leiderschap: inividu, team, organisatie en maatschappij. Het boek bevat twee soorten hoofdstukken, namelijk casussen geschreven als onderwijsmateriaal (18 hoofdstukken), afgewisseld met hergepubliceerde artikelen (13 stuks). De meesten daarvan geven theoretische achtergrond bij de casussen. Titels zijn bijvoorbeeld The Cross-Enterprise Leader, Developing Leadership Character, Good Leaders Never Stop Learning, Why Vulnerability Leads to Great Leadership en Rising Costs of Bad Leadership. Een aantal van de hergedrukte artikelen zijn echter niet theoretisch, maar behandelen ook weer een casus uit de praktijk. Van alle artikelen – op één na – zijn Seijts, MacMillan en/of Crossan auteur of co-auteur.

De cases spelen zich af in verschillene landen wereldwijd (bijvoorbeeld IJsland en India) en zijn – passend bij de vier onderscheiden niveaus van leiderschap – diverser van aard dan in de vorige boeken. Zo is er een casus over een radiopresentator – Jian Ghomeshi – bij de Canadian Broadcasting Corporation, maar ook een over een cultuurstrijd bij het Australische leger. De casussen zijn niet geschreven door Crossan, MacMullan en/of Seijts, maar zijn in bijna alle gevallen – zo staat steeds op de eerste pagina vermeld – wel onder supervisie van een van hen tot stand gekomen. In tegenstelling tot het vorige boek zijn er geen discussievragen per casus, maar staan er contemplatieve vragen in een slothoofdstuk, georganiseerd volgens de eerdergenoemde lijst met karakterdimensies of deugden. Docenten kunnen die op ieder moment inzetten bij het bespreken van de artikelen en casussen, zo is het idee.

Vier heel verschillende boeken dus over deugden in bedrijven en organisaties, met – in volgorde van bespreking – een historische, praktische, filosofische en sociaal-wetenschappelijke invalshoek. Twee zijn primair op huidige leiders gericht (de CC Field Guide en The Enligthened Capitalists), twee op studenten als aankomende leiders (Business Ethics en Leadership in Practice). In diepgang verschillen de boeken van zeer diepgaand (The Enlightened Capitalists) tot nogal oppervlakkig (CC Field Guide). Al zou je ook kunnen zeggen dat dat laatste boek niet zozeer oppervlakkig is, maar toegankelijk voor de zeer drukke doelgroep en voldoende als eerste stimulans om tot een diepgaande interne discussie te komen. Wat het beste boek is om ter hand te nemen, het moge duidelijk zijn, zal afhangen van je achtergrond en motivatie om met het onderwerp aan de slag te gaan.

 

Besproken Boeken & Referenties

Auteurs / met dank aan:

Also available in: Engels