Een visie voor de 'Future Markets Consultation'

Als onderdeeel van de Future Markets Consultation worden individuen en organisaties van harte uitgenodigd om een visie in te dienen op ieder onderwerp dat van belang is voor het realizeren van een meer duurzame en recthvaardige economie in Europa. Dit is een visie ingediend door United Economy.

Dit artikel is een oproep tot het laten ontstaan van een parallelle economie die mensen en bedrijven met hart voor duurzaamheid (inclusief sociale duurzaamheid) met elkaar verbindt. Een economie waar geld slechts een middel is, geen doel op zich. En parallelle economie die middels coöperative finance voorzien wordt van de benodigde financiële middelen. Met als doel een krachtige versnelling van de duurzame transitie. De tijd is er rijp voor nu de
barsten en scheuren in onze bestaande economie steeds meer ruimte bieden voor vernieuwing.

Ineens gaat het hard. BAM, KLM, Tata Steel, Shell, Jaarbeurs, overal worden ontslagen aangekondigd. En ongetwijfeld zal dit rijtje groeien. Binnen de denkkaders van de huidige economische spelregels is dat problematisch: mensen komen zonder werk te zitten, de kosten van uitkeringen lopen op, talenten worden verspild, etc. Om nog maar niet te spreken over oplopende armoede, stress, maatschappelijke ontwrichting, etc.

Circulair geld

Waar komt dit door? Kort gezegd komt het doordat bedrijven te weinig geld binnen krijgen en zich daardoor genoodzaakt zien in de kosten te snijden. Dit leidt tot een domino-effect. Immers, mensen zonder werk zullen zelf ook voorzichtiger worden met hun uitgaven, waardoor nog meer bedrijven hun omzet zien teruglopen, enzovoort. Is dit een onvermijdelijke situatie waar we ons bij neer te leggen hebben? Of kan het ook anders? Bestaan er al bewezen praktijkvoorbeelden van?

Laten we de situatie eens vanuit andere economische spelregels bekijken. Dat is wat we hierna gaan doen. Daarbij introduceren we de term circulair geld. Circulair geld is geld dat zo is opgezet dat het dienend is aan een hoger doel en voortdurend daar circuleert waar het dat doel ondersteunt. Circulair geld wordt veelal in coöperatief verband opgezet, ook wel coöperative finance genoemd. We gaan het in dit artikel op praktische wijze uitleggen.

Zoals we weten, speelt in onze economie geld vaak een dominante, zelfs bepalende, rol. Zonder geld kun je niets. Zo lijkt het. In feite is dat tegennatuurlijk, aangezien geld een ruilmiddel zou moeten zijn. Het zou ondergeschikt moeten zijn. Dit artikel gaat uit van het (op zich voor de hand liggende) paradigma dat geld niets meer is dan een middel: iets waar
je pas over na gaat denken nádat je helder hebt gekregen wat het doel is. We zullen hierna óók zien waarom dat in onze huidige economie vaak anders is.

Een situatie van overvloed

Om te beginnen kijken we wat de werkelijke betekenis is van hoge werkloosheid in een economie. Het betekent dat er veel mensen zijn die zouden willen werken, maar dat op dat moment niet doen. Vanuit de economie als geheel bezien is dat een situatie van overvloed: een overvloed aan beschikbaar menselijk kapitaal. Bovendien menselijk kapitaal van hoge kwaliteit, met veel kennis, talenten en expertise op allerlei vlakken. Het is vrijgekomen capaciteit. De logische vraag is dan wat we met die overvloed willen doen. Gezien de grote opgaven waar we als mensheid voor staan op het gebied van klimaat, grondstoffen, biodiversiteit, voedseltransitie etc. zou het volstrekt logisch zijn om de overvloed aan
menselijk kapitaal in te zetten voor die thema’s.

Anders gezegd: er zijn volop mensen beschikbaar en er is volop werk te doen. Werk dat ons als mensheid vooruit gaat helpen naar een duurzame toekomst. Concreter uitgedrukt is er een grote behoefte aan projecten/bedrijven/organisaties/initiatieven die restmateriaal uit productieketens verzamelen, selecteren, verwerken en er weer nieuwe grondstoffen en producten van maken. Bedrijven dus die de circulaire economie aanjagen. En uiteraard is er behoefte aan bedrijven die zorgen voor verduurzaming van de energieopwekking, verduurzaming van woningen en panden, verduurzaming van mobiliteit etc. Het is hoog tijd dat dit op grote schaal vorm gaat krijgen.


“Vanuit het gangbare economische paradigma ontstaan er obstakels op het moment dat je deze twee bij elkaar wilt brengen”


Denkend vanuit termen van doel en middel, hebben we hiermee dus het doel helder. Het doel is het leefbaar houden (en nog mooier maken) van de wereld waarin we leven, zodat voor mensen en al het leven een waardevol bestaan mogelijk is en blijft.

Nu we het doel helder hebben, komen we aan bij het middel. Het middel dient de genoemde overvloed te koppelen aan het doel. Ofwel de verbinding te realiseren tussen enerzijds mensen die beschikbaar zijn voor werk (en daar uiteraard een boterham mee willen verdienen) en anderzijds het duurzame werk dat gedaan moet worden. Vanuit het gangbare economische paradigma ontstaan er obstakels op het moment dat je deze twee bij elkaar wilt brengen. Dan rijst de vraag: waar komt het geld vandaan om deze projecten en bedrijven te financieren? Als er te weinig investeerders en geldschieters zijn die er wat in
zien, dan komen deze bedrijven niet van de grond.

Winst maken

Op het moment dat die gedachte haar intrede doet, is er via de achterdeur een tweede doel bij gekomen. Namelijk het doel dat investeerders, geldschieters en banken in de regel meebrengen, te weten winst maken op het ingebrachte kapitaal. Dan is geld ineens niet meer alleen een middel, maar ook een doel
op zich geworden. Het doel om geld te verdienen met geld. En dat doel matcht meestal niet met circulaire en duurzame initiatieven. Want daarbij is het beoogde rendement in de eerste plaats maatschappelijk rendement en bovendien, voor zover er wel sprake is van financieel rendement, is dit vaak pas op de lange termijn aan de orde en kunnen er forse financiële risico’s meespelen. Vanuit het oogpunt van de investeerder of bank is het dan een ‘onverstandige’ investering.

Maatschappelijk en humaan gezien is het echter een buitengewoon verstandige investering om op volle kracht in te zetten op de transitie naar een duurzame economie. Te meer gezien de talenten die anders op de bank zouden zitten. Hoe kunnen we vanuit een ander paradigma kijken, zodat deze verstandige investeringen doorgang kunnen vinden?

Circulair geld kan hier als middel een belangrijke rol vervullen. Om uit te leggen wat circulair geld inhoudt, helpt het als we eerst iets meer begrijpen over het ‘gewone’ geld. Hoe ontstaat het? Hoe circuleert het? Wie gaat erover? Bij de meeste wereldmunten (euro, dollar etc.) zijn het de commerciële banken die initieel de beslissingen nemen voor welke doelen (dat wil zeggen: bedrijven, projecten etc) er geld wordt gecreëerd. Bedrijven benaderen de bank voor een lening en de bank beslist of het krediet wordt toegekend. Op het moment dat er krediet wordt verstrekt, wordt er nieuw geld gecreëerd. De bank hanteert bij de kredietbeoordelingen voornamelijk (hoewel niet uitsluitend) financiële
criteria. De bank heeft immers financieel rendement voor haar aandeelhouder tot doel. Doordat banken de belangrijkste schakel zijn om de reële economie van (nieuw) geld te voorzien, zijn we als samenleving zeer afhankelijk van financieel rendement als doel op zich.

Een cöperatieve context

Dat is niet persé slecht. Deze manier van organiseren van geld, economie en samenleving – vaak aangeduid met kapitalisme – heeft ons veel gebracht. Maar het is de hoogste tijd ons af te vragen of dit nog steeds is wat we nodig hebben. De wereld staat er nu anders voor dan zo’n 200 jaar geleden. Het is duidelijk dat we als samenleving een ingrijpende koerswijziging nodig hebben. De manier hoe we geld organiseren, zal zeker mee moeten veranderen. Alleen een nieuw economisch paradigma zal de duurzame transitie in een stroomversnelling
brengen. Als onderdeel daarvan dient geld, in ieder geval het geld dat nodig is om de duurzame transitie te financieren, losgekoppeld te worden van het streven naar financieel rendement.

Circulair geld kan daar een belangrijke rol in vervullen. Geld kan namelijk ook gecreëerd worden vanuit coöperatief verband. Wat iets heel anders is dan vanuit een commerciële insteek. Wanneer geld in coöperatief verband gecreëerd wordt, valt de noodzaak weg om met de kredietverstrekking winst voor de aandeelhouders te realiseren. Sterker nog: er zíjn dan geen aandeelhouders. Er zijn alleen coöperatieleden (bijvoorbeeld ondernemingen) en voor hen is het uitstekend dat er (ook statutair vastgelegd) geen geld verdiend zal worden
met de geldcreatie (= kredietverstrekking). Juist geld als een zuiver ruilmiddel bedient de coöperatieleden optimaal. De coöperatieleden hebben geen belang bij geld verdienen met geld, maar bij toegankelijke en betaalbare financiering voor hun bedrijf en voor het onderling zakendoen. Dat leidt tot een grote verandering in de manier waarop kredietaanvragen beoordeeld worden. Maatschappelijke en duurzame waardecreatie wordt het primaire criterium. De financiële gezondheid van een project of bedrijf zal nog steeds een factor zijn die meeweegt, maar financieel rendement voor de geldverstrekker speelt geen rol meer.

Dit is geen theorie, maar praktijk. In de wereld zijn er al uiteenlopende voorbeelden van coöperatief gecreëerd circulair geld, zoals de WIR in Zwitserland en de Sardex op Sardinië. In Nederland is er United Economy en Circulair Geld Nederland, met inmiddels enkele honderden deelnemende bedrijven. Wat opvalt is dat deze bedrijven op uiteenlopende gebieden elkaar weten te vinden en elkaar helpen. Het is dus veel meer dan alleen een handelsnetwerk met circulair geld. Maar het circulaire geld speelt wel een belangrijke verbindende en richtinggevende rol. Het is geld dat door de coöperatieleden gezamenlijk in het leven geroepen is, zonder winstoogmerk en zonder rente. Met in Nederland in 2019 een gezamenlijke omzet van ruim 1 miljoen aan circulaire betaalmiddel.

Vrije ruimte voor experimenteren

Nu onze economie in zeer turbulent vaarwater komt, kunnen we het momentum benutten voor de duurzame transitie. Krachtig ondersteund door toepassing van coöperative finance op grote schaal. We doen met dit artikel een oproep voor een grootschalige ‘vrije experimenteerruimte’. Waar mensen en bedrijven vanuit een nieuw economisch paradigma, gericht op echte waardecreatie, met elkaar verbonden zijn. En waar geld als een zuiver ruilmiddel fungeert gericht op de samenwerking tussen deze mensen, bedrijven en initiatieven. Laat als het ware een ‘parallelle economie’ ontstaan, waar iedereen die wil in kan participeren. En waar het onderlinge geld zo is opgezet dat het blijft circuleren bínnen die parallelle economie en niet meer terecht kan komen waar het duurzaamheid ondermijnt.

In deze parallelle economie wordt de vrijgekomen capaciteit van menselijk kapitaal gekoppeld aan bestaande en nieuwe bedrijven/initiatieven die de duurzame transitie aanjagen. Op zo’n manier dat er voor iedereen ‘een boterham’ te verdienen valt.

Deze parallelle economie richt zich op de groeiende groep mensen en bedrijven die zich intrinsiek inzetten voor verduurzaming en innovatie. Die intrinsieke motivatie is belangrijk, want verduurzaming vraagt om een lange adem, commitment, creatief denken, samenwerken en eensgezindheid in het beoogde doel. Wanneer deze parallelle economie uit gelijkgestemden bestaat, zal de voedingsbodem veel vruchtbaarder blijken.

De verbinding tussen de huidige economie en de nieuwe parallelle economie zal er op vele manieren zijn. In deze nieuwe parallelle, op duurzaamheid gerichte, economie geldt het volgende:

  • Mensen, bedrijven, organisaties en initiatieven verbinden zich in deze duurzame economie. Doordat ze zich concreet verbinden wordt de duurzame economie sterker, zichtbaarder en impactvoller. Ook groeit de aantrekkingskracht die er van uit gaat naar anderen.
  • Bestaande én nieuw op te richten bedrijven kunnen meedoen. Zij leren elkaar (beter) kennen, richten hun gezamenlijke inspanningen op de duurzame transitie, helpen elkaar met kennisdeling, inspiratie, samenwerking etc.
  • De deelnemers handelen binnen deze parallelle economie onderling met circulair geld. Dat wil zeggen: euro’s die alleen binnen deze parallelle  economie besteedbaar zijn en dus steeds opnieuw duurzaamheid vooruit helpen. Anders gezegd: de circulaire euro’s kunnen niet uitgegeven worden aan bijvoorbeeld fossiele brandstoffen of andere zaken die duurzaamheid ondermijnen. (Dat is een enorme winst voor verduurzaming, omdat in de gewone euro-economie het overgrote deel van het geld massaal naar niet-duurzame bestedingen stroomt.)
  • Mensen die voor deze bedrijven werken of gaan werken, worden geheel of
    gedeeltelijk betaald in circulair geld. Dat circulaire geld is besteedbaar bij
    bijvoorbeeld winkels en restaurants die de voedseltransitie helpen vormgeven, leveranciers van duurzaam opgewekte energie, duurzame mobiliteit etc.
  • Het circulaire geld is digitaal geld. Elk bedrijf en persoon die meedoet, heeft een eigen betaalrekening op het betaalplatform voor circulair geld5. Door het gebruik van dit betaalplatform wordt vanzelfsprekend voorkomen dat het circulaire geld bijvoorbeeld aan fossiele brandstoffen uitgegeven kan worden. Want leveranciers daarvan zitten niet op het betaalplatform.
  • Elk bedrijf en persoon die meedoet zal daarnaast evengoed een gewone eurorekening aanhouden, omdat het (zeker in het begin) nog niet mogelijk is alle aankopen volledig in circulair geld te doen. Dat maakt het tevens mogelijk dat bedrijven die duurzame producten leveren, deze producten uiteraard ook blijven leveren aan afnemers die nog niet meedoen in deze parallelle economie. Concreet: een duurzame energieleverancier die meedoet in de parallelle economie zal ook duurzame stroom blijven leveren aan bedrijven die nog niet meedoen en daar dan gewone euro’s voor ontvangen.
  • Het is altijd mogelijk (maar niet verplicht) euro’s om te zetten naar circulaire euro’s. In coöperatieverband zal een commissie ingericht worden die zich bezighoudt met de toelating van deelnemers aan de parallelle economie. Het is belangrijk daarbij wetenschappelijk onderbouwde en heldere criteria te gebruiken. De criteria houden er rekening mee dat we met z’n allen nog in een transitiefase zitten. Dat wil zeggen dat deelnemers niet 100% duurzaam hoeven te zijn (want niemand kan dat nog waarmaken), maar wel dat producten met een duidelijk negatieve voetafdruk geweerd worden.
  • De deelnemers (mensen én bedrijven) hebben veel interactie met elkaar en
    stimuleren elkaar steeds verder te verduurzamen. Dat is vorm te geven middels intervisie, inspiratie, kennisdeling, transparantie, het organiseren van kritische vragenstellers, een open cultuur, voorbeeldgedrag, etc.
  • De parallelle economie wordt gevoed met circulair geld dat op coöperatieve wijze wordt gecreëerd. Kredieten worden verstrekt zonder dat financieel rendement op deze kredieten beoogd wordt. Wel is uiteraard de financiële gezondheid van het krediet ontvangende bedrijf van belang. Bij het verstrekken van kredieten dient een risicoafdekking betaald te worden. Dat gaat erom het risico op faillissement af te dekken. Deze risicoafdekking kan door het betreffende bedrijf zelf betaald worden,
    maar kan ook van een andere bron komen (vanuit de keten, van de overheid of middels crowdfunding).
  • Door gebruik te maken van de genoemde manier van coöperative finance kan deze parallelle economie tegen lage kosten van de benodigde financiering voorzien worden. Bovendien blijft het geld circuleren binnen de parallelle economie. Het geld komt niet (op termijn) terecht bij niet duurzame zaken en zal bij elke transactie opnieuw de duurzame markt helpen groeien.

Wat nodig?

Een coalitie vormen met duurzame bedrijvennetwerken en duurzame initiatieven (denk aan: MVO Nederland, Natuur & Milieu, Stichting Ons Geld, Sustainable Finance Lab, lokale duurzame bedrijvennetwerken, etc).

De coalitie bestaat uit een klein groepje (vier?) trekkers die wekelijks een half uur online overleg hebben over de voortgang, koers en beslissingen. En daarnaast een grote groep die zich inzet voor bekendheid, steeds het podium creëert om het uit te dragen, etc.

Hulp/menskracht voor opzetten marketing, ontwikkelingen etc.

Wanneer het van start gaat gelijk veel deelnemende mensen en bedrijven nodig. Daarom vóór de echte start een lijst aanleggen waar iedereen zich inschrijft. Pas van start gaan bij x aantal particulieren en x aantal bedrijven.

Goede mogelijkheden voor (lokale) overheden die dit (in hun eigen regio) willen
stimuleren.

Auteurs / met dank aan:

Also available in: Engels