Part 7 of 12 in series "Het Goede Leven & de Vrije Markt"

In hoofdstuk 4 van Het Goede Leven en de Vrije Markt werd een begin gemaakt met de bespreking van de moderniteit als project van bevrijding. In dat hoofdstuk werd de opkomst van het idee van het autonome individu besproken, hoofdstuk 5 complementeert dat met de beheersing van de wereld als een uitvloeisel daarvan: “De mens wil eerst en vooral zichzef de wet voorschrijven (autonomie) en niet door iets anders worden bepaald” (p.117). Dit streven krijgt uitdrukking, zeggen de auteurs, in de vorm van rationalisering, technologische ontwikkeling, burgerlijke institutionalisering en de opkomst van de kapitalistische economie. Hieronder een filmpje over wat de socioloog Max Weber (1864 – 1920) te zeggen had over rationalisering en de moderniteit.

De rationalisering van het wereldbeeld

In de periode voor de Verlichting, betogen de auteurs, was ratio heus ook wel belangrijk – maar deze diende het geloof, en de kerk bleef de hoogste autoriteit. Tijdens de Verlichting komt de rede boven het geloof te staan. Kenmerkend voor de Verlichting is verder een nieuwe kijk op de natuur. Niet langer wordt deze door een ‘teleologische‘ bril bekeken, maar door een mechanische bril. Het denken in Aristotelische termen van het uiteindelijk doel van dingen wordt vervangen door het denken in termen van mathematische natuurwetten.

Twee denkers worden prominent naar voren geschoven in deze sectie: Francis Bacon (1561-1629) en René Descartes (1596—1650). Terloops noemt het hoofdstuk ook nog Galileo Galilei (1564-1642). Hieronder een filmpje van CrashCourse dat deze drie onderzoekers bespreekt als grondleggers van de experimentele wetenschappelijke methode. Plus een filmpje dat nog wat dieper in gaat op Descartes’ methode van radicaal skepticisme.

Hoe pakt dit nieuwe, rationele wereldbeeld uit voor het autonome individu? Niet uitsluitend positief, stellen de auteurs aan het einde van deze sectie:

“‘Objectiviteit’ wordt allesbepalend. Allerlei niet strikt rationele menselijke ervaringen en opvattingen, zoals emoties, moraal, liefde, zelfs de menselijke, ‘authentieke’ vrijheid zelf, worden kritisch ‘ontkracht’ met een beroep op wetenschap en filosofie. Ze zijn slechts subjectief en mogen geen aanspraak maken op ‘objectieve geldigheid’. De vrijheid van het individu (‘dat maak ik zelf wel uit!’) komt later volop inspanning met de objectiviteit van de wetenschap.”

Techniek en de ‘verbetering van de wereld’

Uit de moderne wetenschap komt ook moderne technologie voort, een fenomeen dat voor discussies over het goede leven zeer relevant is. De auteurs merken op dat dit een verschijnsel is dat in de filosofie relatief laat pas aandacht krijgt. Dat klopt, maar inmiddels is er een flinke hoeveelheid literatuur over. En Nederlandse filosofen – met name van de technische universiteiten in Delft, Eindhoven en Twente – nemen een prominente plaats in in dit debat. Het onderwerp komt in (de post over) hoofdstuk 10 terug.

Overigens zijn er de laatste jaren diverse boeken verschenen over de implicaties van recente technologische ontwikkelingen specifiek voor de vrije markt en het kapitalisme. Zie de Morele Markten boekenplank over technologie en vrije markten / kapitalisme. Hieronder filmpjes met twee auteurs:

  1. Sociologe Shoshanna Zuboff over het ‘surveillance capitalism’ dat door big data technieken mogelijk gemaakt is (auteur van The Age of Surveillance Capitalism; The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power)
  2. Schrijver/journalist Tom Slee over de ‘sharing economy’ die door recente digitale platformen mogelijk is geworden (auteur van What’s Yours Is Mine: Against the Sharing Economy).

Moderne instituties & een rechtsstaat voor iedereen

Na individualisering, rationalisering en technologisering besproken te hebben, gaat de derde sectie in op moderne instituties. Instituties zijn al zo oud als de mensheid, stellen de auteurs, maar “moderne instituties zijn echter veelal behoorlijk anders van aard dan traditionele” (p.131): niet gebaseerd op hiërarchie en machtsverschillen, maar op een ideaal van gelijkheid en vrijheid. De belangrijkste institutie die ontstaat tijdens de Verlichting is de (nationale) rechtsstaat. Hieronder een filmpje dat uitlegt wat de centrale moderne instituties zijn, en een filmpje dat betoogt dat deze instituties essentieel zijn voor economische ontwikkeling en nationale welvaart.

Wat betreft de denkers die van invloed waren op het ontstaan van deze moderne instituties, noemt het boek John Locke (1632-1704), Charles de Montesquieu (1689-1755) en Jean-Jacques Rousseau (1712-1778).

Aan de eerste twee hebben we het invloedrijke idee van de ‘trias politicas’ – de scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en controlerende macht – te danken. Dat idee van de rechtsstaat kreeg mede onder invloed van het werk van Rousseau een nationale invulling. Hij “propageert namelijk in zijn Sociaal Contract een ideaal waarin de drie machen in feite uitdrukking geven aan de algemene wil” (p.134), die opgevat wordt als de wil van het volk.

Hieronder een filmpje van de School of Life over de politieke filosofie van Locke en een filmpje dat Tom Richey, een Amerikaanse docent, voor zijn leerlingen gemaakt heeft over Montesquieu en Rousseau.

Tot slot nog even terug naar de rationalisering van het westerse wereldbeeld. Deze ontwikkeling mondde niet alleen uit in bovengenoemde instituties, maar had uiteindelijk implicaties voor alle organisaties binnen overheid en bedrijfsleven. Hieronder een video van de CrashCourse sociologie daarover. Aan de orde komen onder meer het verschil tussen het traditionele en rationele wereldbeeld en wat de positieve en negatieve kanten zijn van de rationalisering van formele organisaties.



Series "Het Goede Leven & de Vrije Markt":

Boek 'Het Goede Leven en de Vrije Markt'“Wat is het goede leven en brengt de vrije markt, als een kerndomein van de moderne samenleving, ons daar dichterbij of voert ze ons er juist vandaan? En, als de huidige vrije markt en het goede leven niet altijd samen opgaan, hoe kunnen we dan inzichten ontwikkelen die hen wel meer op één lijn brengen?” Dat zijn de centrale vragen in “Het Goede Leven & De Vrije Markt(2018), van Ad Verbruddge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk.

Ter verdieping van het boek hebben we hieronder per hoofdstuk leuke en informatieve korte filmpjes bijeen gezocht. Voor wie dit handiger vindt, is er ook een pagina met alleen de filmpjes uit alle posts. Kijk verder ook eens op onze aanvullende pagina bij het Werkboek “Het Goede Leven & de Vrije Markt”

Tip: de meeste filmpjes zijn in het Engels. Mocht je een filmpje wat moeilijk te volgen vinden, zet dan in YouTube de automatisch gegenereerde Engelse ondertiteling aan, of vertraag de afspeelsnelheid iets.


Articles in this series:
  1. De Vraag naar het Goede Leven en de Vrije Markt (inleiding)
  2. De Vrije Markt & het Goede Leven in Meervoud: Vijf Dimensies (hfst.1)
  3. Plato en Aristoteles over het Goede Leven (hfst. 2)
  4. Het Goede Leven in het Christendom (hfst. 3)
  5. De Moderniteit als Project van Bevrijding (1): Het Autonome Individu (hfst. 4)
  6. De Moderniteit als Project van Bevrijding (2): De Beheersing van de Wereld (hfst.5)
  7. De Moderniteit & de Vrijemarkteconomie: Het Goede Leven op een Vulkanische Breuklijn (hfst. 6)
  8. Mens in Enkelvoud, Mens in Meervoud: Relaties (hfst. 7)
  9. De Januskop van Instituties (hfst. 8)
  10. Het Belichaamde Zelf en het Goede Leven (hfst.9)
  11. De Kwetsbaarheid en Overmacht van de Natuur (hfst. 10)
  12. Op Zoek naar een Zinvol Leven (hfst. 11)