Part 2 of 3 in series "Het Goede Leven & de Vrije Markt"

Het onderzochte leven

Het stellen van vragen over het goede leven is kenmerkend voor mensen“, is de openingsstatement van dit hoofdstuk. Deze reflectie van de mens op zichzelf is door de geschiedenis heen tot uitdrukking gekomen in cultuur. Hoe belangrijk is filosofie daarbij? Niet verassend, halen de auteurs de befaamde uitspraak van de filosoof Socrates aan dat een niet-onderzocht leven het niet waard is geleefd te worden. Een nogal stevige uitspraak, vinden ze. Filosofie is nuttig en belangrijk, maar niet per definitie belangrijker dan “andere symbolische vormen als religie, kunst en wetenschap.” De kop van een artikel in digitaal Magazine Aeon uit 2016 verwoordde dat zo: “Not All Things Wise and Good Are Philosophy” (of tenminste niet wat we in het Westen onder filosofie verstaan, is de strekking van het artikel). Hieronder verder een filmpje van filosoof Mitch Green dat onderzoekt op welke manieren je de uitspraak van Socrates kunt begrijpen.

Wat kenmerkt de vrije markt?

Reflecteren op ons leven wordt in dit boek gekoppeld aan reflecteren op de markt, die tegenwoordig ons leven in grote mate vormgeeft. De tweede paragraaf in dit hoofdstuk bespreekt wat er zo bijzonder aan of kenmerkend voor de markt is. De auteurs distilleren de volgende standaardomschrijving van de markt uit de economische literatuur:

De vrije markt is het wereldwijde systeem waarin ondernemingen en privé-personen goederen en diensten kunnen ontwikkelen en aanbieden aan elkaar. Daarbij kunnen ze vrije keuzes maken en beschikken zij over productiemiddelen, koopkracht en rationaliteit zodat zij tot onderlinge transacties kunnen komen, waarbij de prijs primair wordt bepaald door de verhouding van vraag en aanbod.”

Dit scherpen ze nog verder aan door de volgende kenmerken van de markt wat meer in detail te bespreken: privé-eigendom, concurrentie,  vraag en aanbod, het mensbeeld van de homo economicus, geld en innovatie. Interessant is de opmerking dat een vrije markteconomie nog niet hetzelfde is als kapitalisme. Daarvan zou pas sprake zijn als de rol van geld en investeerders heel belangrijk wordt. Ik hoop dat de auteurs daar later in het boek nog uitgebreider op terugkomen; Er zijn de laatste tijd enorm veel boeken verschenen die kritisch reflecteren op het kapitalisme, het zou dus nuttig zijn om deze kritiek te kunnen onderscheiden van kritiek op de markt per se. Hieronder een paar filmpjes die het fenomeen van een markteconomie en een aantal van de zojuist genoemde kenmerken verhelderen.

Na de standaard economische opvatting van de markt te hebben geintroduceerd, beargumenteren Verbrugge, Buijs en Van Baardewijk dat de rol van “moraal, cultuur en ideologie” vaak over het hoofd wordt gezien. Zij zien de vrije markt zelf als volgt:

  1. “Geen neutraal-objectief mechanisme”
  2. “het resultaat van een bepaalde geschiedenis en cultuur”
  3. “de belichaming van bepaalde ideeën en idealen omtrent het goede leven”

Uiteraard zijn er wel boeken die daar aandacht aan besteden – maar dit zijn dan meestal geen (mainstream) economieboeken. Hieronder een kleine selectie van de Moral Markets digitale boekenplank.

Voor wat lichtere kost ter afsluiting van deze sectie nog twee korte filmpjes van de School of Life die ook een stukje historisch perspectief schetsen bij het onderwerp van dit boek: de geschiedenis van consumeren en de geschiedenis van het kapitalisme.

Nussbaum’s ‘capability’ visie op het goede leven

Na de vrije markteconomie te hebben besproken, introduceert hoofstuk 1 vervolgens een invloedrijke visie op het goede leven, namelijk de capability benadering van de filosofe Martha Nussbaum. ‘Capability’ is een Engelse term die maar lastig in het Nederlands te vertalen is. Het verwijst naar wat mensen daadwerkelijk of realistisch – alle factoren meegenomen – in staat zijn om te doen en te zijn in hun leven. Nussbaum heeft een lijst opgesteld van 10 gebieden waarop mensen capabilities zouden moeten hebben om een waardig leven te leiden. Ze heeft haar visie op een toegankelijke manier uiteengezet in haar boek Creating Capabilities; The Human Development Apprach (2010). Het filmpje hieronder, van een interview met Nussbaum, is door haar uitgever gemaakt ter gelegenheid van de lancering van dat boek.

Een punt van kritiek op dit boek door de Nederlandse filosofe en econome Ingrid Robeyns is dat Nussbaum haar specifieke capability theorie ten onrechte presenteert als de capability benadering. Dit is, laat zij overtuigend zien in haar eigen boek, Wellbeing, Freedom and Social Justice; The Capability Approach Re-Examined (2017) [gratis te downloaden als pdf], een breed en algemeen filosofisch kader dat door vele mensen op verschillende manieren uitgewerkt en toegepast is. Haar boek zet uiteen wat de kern is die alle toepassingen en uitwerkingen gemeen hebben en op welke punten ‘capability scholars’ verschillende keuzes maken (lees mijn recensie van dit boek voor de hoofdlijnen).

Hieronder nog een tweede video over de capability benadering, die ik om verschillende reden een mooie aanvulling op de video met Nussbaum vind. De mij verder onbekende non-profit organisatie Participle beargumenteert hierin dat de ideeën die we over de wereld hebben, een reëele impact hebben op mens en maatschappij. En vertelt hoe de capability benadering de organisatie geïnspireerd heeft bij haar werk met achtergestelde groepen. De video introduceert een andere belangrijke grondlegger van de capability benadering, een die vaak in één adem met Martha Nussbaum genoemd wordt, en dat is de Nobelprijswinnaar economie Amartya Sen.

Voor een toegankelijke introductie op de capability benadering kun je onder meer terecht bij de Internet Encyclopedia of Philosophy, die heeft een entry over “Sen’s capability benadering”, alsmede een entry over de capability benadering en ‘global ethics’. De Stanford Encyclopedia of Philosophy heeft ook entry over de capability benadering, geschreven door Ingrid Robeyns.

Vijf dimensies van het goede leven

Hoewel de auteurs kennelijk sympathiek tegenover de capability benadering van Nussbaum staan, wordt dit uiteindelijk toch niet het kader dat het boek gebruikt om te reflecteren op het goede leven. De auteurs identificeren vijf dimensies van het goede leven die wellicht te koppelen zijn aan Nussbaum’s lijst met 10 centrale capabilities, maar die, zo beargumenteren ze, “aspecten in het vizier brengen die bij Nussbaum onderbelicht blijven.” De vijf dimensies zijn:

  1. Relaties met medemensen
  2. Instituties
  3. Het lichaam
  4. De natuur
  5. Het geestelijke of de zin

Zo deze dimensies al onderbelicht zijn bij Nussbaum, zijn ze dat volgens mij zeker niet in de bredere literatuur over de capability benadering. Maar dat is een andere discussie. Voor dit boek zullen deze dimensies in ieder geval gaan dienen als lens om te onderzoeken en beoordelen of de vrije markt het goede leven al dan niet bevordert.



Series "Het Goede Leven & de Vrije Markt":

Boek 'Het Goede Leven en de Vrije Markt'“Wat is het goede leven en brengt de vrije markt, als een kerndomein van de moderne samenleving, ons daar dichterbij of voert ze ons er juist vandaan? En, als de huidige vrije markt en het goede leven niet altijd samen opgaan, hoe kunnen we dan inzichten ontwikkelen die hen wel meer op één lijn brengen?” Dat zijn de centrale vragen in een boek van Ad Verbruddge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk, getiteld “Het Goede Leven & De Vrije Markt(2018). Een serie van blog posts rondom dit boek, met per hoofdstuk relevante filmpjes en links.


Articles in this series:
  1. De Vraag naar het Goede Leven en de Vrije Markt (inleiding)
  2. De Vrije Markt en het Goede Leven in Meervoud: Vijf Dimensies (hoofdstuk 1)
  3. Plato en Aristoteles over het Goede Leven (hoofdstuk 2)