Part 10 of 12 in series "Het Goede Leven & de Vrije Markt"

De Januskop van Instituties

Hoofdstuk 8 van Het Goede Leven & de Vrije Markt (2018) bespreekt de tweede van vijf dimensies van het goede leven, namelijk “instituties als normatieve structurering van het samenzijn” (p.166). Wat instituties zijn kwam al aan de orde in hoofdstuk 5. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de ‘januskop’ ofwel de ambivalentie van instituties (p.201):

“Enerzijds zijn instituties onmiskenbaar deel van het goede leven: onze levens zouden zonder gezinnen, staten, bedrijven en scholen aanzienlijk schraler zijn dan met deze instituties. Anders kunnen zij ook een bedreiging vormen voor het goede leven. Dat is zeker het geval als we, zoals we in de moderniteit zijn gaan doen, individuele vrijheid als kernelement van het goede leven zien.”

Een belangrijke vraag is, stellen de auteurs, hoe we kunnen voorkomen dat machtige instituties te veel macht krijgen. Hoe zorgen we dat ‘de markt’, de overheid en maatschappelijke organisaties elkaar in balans houden? Wat is hun taak en wie/wat beperkt of controleert hen?

Het belang van deze vragen wordt in de opening van het hoofdstuk geillustreerd met een bespreking van de film The Circle, naar het gelijknamige boek van Dave Eggers. Hieronder een trailer van de film. Een centrale waarde die deze film ter discussie stelt, is privacy. Daarom ook een TEDx praatje over het belang van privacy voor ons vermogen om in vrijheid ons leven vorm te geven, en het gevaar dat controlerende instituties daarvoor vormen.

Instituties in samenhang: gezin, rechtstaat, markt en onderwijs

In de tweede sectie van het hoofdstuk bespreken de auteurs een aantal belangrijke instituties. De discipline bij uitstek die instituties bestudeert, is de sociologie. Hieronder een aantal videos uit de CrashCourse cursus sociologie die de belangrijke instituties van familie, onderwijs, bestuur en markt adresseren.

Het belangrijkste punt dat in deze sectie gemaakt wordt, is dat de instituties in een samenleving op een bepaalde manier samenhangen. Zo stellen de auteurs dat “het ontstaan van een relatief zelfstandige economische sfeer buiten het gezin en de familie” nauw samenhangt “met het moderne ideaal van individuele vrijheid, omdat een zelfstandige economische sfeer het mogelijk maakt dat iemand los van zijn familie zijn eigen bestaan kan opbouwen” (p.204). Verder vragen de auteurs aandacht voor het feit dat instituties dingen mogelijk maken voor mensen, maar ook altijd mensen buitensluiten die geen ‘lid’ of onderdeel zijn van de betreffende institutie. Dat roept vaak ethische vragen op, want “elke concrete grens lijkt willekeurig en daarmee onrechtvaardig” (p.203).

De ‘meesters van het wantrouwen’ en hun kritiek op instituties

In de derde sectie bespreken de auteurs dat instituties door veel denkers bekritiseerd worden als “onderdrukkend” (p205). Ze bespreken twee belangrijke ‘meesters van het wantrouwen’, (een term die afkomstig is van de filosoof Paul Ricoeur), namelijk Karl Marx (1818-1883) en Michel Foucault (1926-1984). Karl Marx kwam al vrij uitgebreid ter sprake in hoofdstuk 6 van het boek, maar in deze sectie gaan de auteurs nog wat dieper in op zijn visie op de sociaaleconomische verhoudingen. De video hieronder legt onder meer zijn idee over de ‘onderbouw’ en de ‘bovenbouw’ van de maatschappij over.

Michel Foucault neemt van Marx het idee over de onder- en bovenbouw van de maatschappij over, zeggen de auteurs, en combineerde dit met de ideeën van Friedrich Nietzsche (1844-1900) over macht. De eerste video, van de School of Life, geeft een brede introductie op zijn leven, zijn werk en zijn methode van de geschiedenis gebruiken om hedendaagse instituties te bekritiseren. De tweede video gaat specifiek in op Foucault’s analyse van macht. 

De architectonische kritiek op de verhouding tussen instituties

Naast de massief-ontmaskerende kritiek op de instituties“, zo begint de volgende sectie in het hoofdstuk, “is ook een meer genuanceerde kritiek mogelijk, die zich vaak richt op de verhouding tussen instituties” (p.209). Is de staat te machtig, of domineert de markt te veel? Een prominent denker over dit soort vragen is de Duitse filosoof Jürgen Habermas (1929—), een prominent lid van de ‘Frankfurter School‘. Zijn werk staat centraal in deze sectie. Hieronder twee filmpjes over zijn concept van de ‘publieke sfeer’ die volgens hem nodig is voor een goed functionerende democratie. Deze publieke sfeer is volgens hem steeds meer ‘gekoloniseerd’ door de markt en de staat. De filmpjes overlappen voor een groot deel qua inhoud, maar leggen net wat andere accenten. Zo gaat het tweede filmpje in op de vraag wat het effect van het internet is op de publieke sfeer.

De ontketening van de vrije markt

De samenleving heeft zich niet zo ontwikkeld als Foucault en Habermas hadden gehoopt, stellen de auteurs aan het begin van de volgende sectie. De opkomst van het neoliberalisme in de jaren tachtig van de vorige eeuw betekende dat de dominantie van de vrije markt ongekende proporties aannam.

Hieronder twee filmpjes die het neoliberalisme kort introduceren introduceren. Het eerste filmpje is van de Britse BBC. Hierin komt onder meer de onenigheid tussen de economen John Maynar Keynes (1883-1946) en Friedrich Hayek (1899-1992) over d rol van de overheid in de economie aan de orde. Het tweede filmpje is van Harvard University, en stipt kort de argumenten van voor- en tegenstanders van het neoliberalisme aan.

Hieronder twee filmpjes die de ideeën van Keynes en Hayek, en het centrale meningsverschil tussen hen, in wat meer detail uitleggen.

Hieronder als achtergrond nog drie filmpjes van CrashCourse. Het eerste filmpje plaatsts de discussie tussen Keynes en Hayek over de wenselijkheid van overheidsingrijpen in de economie in een bredere context van verschillende stromingen van het denken over de economie. De term ‘neoliberalisme’ wordt niet genoemd, maar is sterk verbonden met de ‘Chicago school of economics’, waar Hayek een prominente vertegenwoordiger van was. Het tweede filmpje is uit de CrashCourse over politiek, en gaat over de verhouding tussen staat en markt. Het derde filmpje bespreekt hoe economen aankijken tegen dingen als marktfalen, het free-riderprobleem, externaliteiten, regulering, belasting en subsidie.

De sectie bespreekt ook nog hoe de toenemende dominantie van de markt samenvalt met de opkomst van nieuwe manieren van denken over management en van bedrijfskunde onderwijzen. Centrale termen: efficiëntie, aandeelhouderswaarde, benchmarking, prikkels, Key Performance Indicators (KPIs), mean & lean, rank & yank. De nadruk op wat berekenbaar en beoordeelbaar is, laat nog maar weinig ruimte over voor reflectie op ethiek en waarden.

Sinds de economische crisis van 2007 begint er echter een beweging te ontstaan om de disciplines van de economie en bedrijfskunde, en het onderwijs hierin, te hervormen. In de post over hoofdstuk 7 stond al een filmpje met een interview met econome Irene van Staveren over haar pogingen meer pluralisme in het vakgebied van de economie te realiseren. Op het Moral Markets blog vind je ook diverse artikelen over de noodzaak het economie- en bedrijfskundeonderwijs te hervormen.

De cultuurruimte van instituties: Angelsaksisch versus Rijnlands

De laatste sectie van het hoofdstuk bespreekt dat de markt en het kapitalisme welliswaar wijd verbreid zijn, maar dat er toch culturele verschillen zitten in de vorm die ze op verschillende plekken in de wereld aannemen. Twee belangrijke varianten van de vrijemarkteconomie, leggen de auteurs uit, zijn het Angelsaksische model (Verenigde Staten) en het Rijnlandse model (Noordwest-Europa), ofwel in het Engels het shareholder versus het stakeholder model. Hieronder een filmpje dat het onderscheid uitlegt, en een filmpje met een debat over welk model beter is.



Series "Het Goede Leven & de Vrije Markt":

Boek 'Het Goede Leven en de Vrije Markt'“Wat is het goede leven en brengt de vrije markt, als een kerndomein van de moderne samenleving, ons daar dichterbij of voert ze ons er juist vandaan? En, als de huidige vrije markt en het goede leven niet altijd samen opgaan, hoe kunnen we dan inzichten ontwikkelen die hen wel meer op één lijn brengen?” Dat zijn de centrale vragen in een boek van Ad Verbruddge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk, getiteld “Het Goede Leven & De Vrije Markt(2018). Een serie van blog posts rondom dit boek, met per hoofdstuk relevante filmpjes en links. Voor wie dit handiger vindt, is er ook een pagina met alleen de filmpjes uit alle posts .


Articles in this series:
  1. De Vraag naar het Goede Leven en de Vrije Markt (inleiding)
  2. De Vrije Markt & het Goede Leven in Meervoud: Vijf Dimensies (hfst.1)
  3. Plato en Aristoteles over het Goede Leven (hfst. 2)
  4. Het Goede Leven in het Christendom (hfst. 3)
  5. De Moderniteit als Project van Bevrijding (1): Het Autonome Individu (hfst. 4)
  6. De Moderniteit als Project van Bevrijding (2): De Beheersing van de Wereld (hfst.5)
  7. De Moderniteit & de Vrijemarkteconomie: Het Goede Leven op een Vulkanische Breuklijn (hfst. 6)
  8. Mens in Enkelvoud, Mens in Meervoud: Relaties (hfst. 7)
  9. De Januskop van Instituties (hfst. 8)
  10. Het Belichaamde Zelf en het Goede Leven (hfst.9)
  11. De Kwetsbaarheid en Overmacht van de Natuur (hfst. 10)
  12. Op Zoek naar een Zinvol Leven (hfst. 11)