Dit stuk van Johan Graafland verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad (2 augustus 2017).

De kloof tussen arm en rijk is in de laatste dertig jaar gegroeid. Volgens een recent rapport van Oxfam Novib en Development Finance International hebben de acht rijkste personen evenveel vermogen als de armste 3,5 miljard mensen in de wereld. Ongelijkheid is geen natuurverschijnsel. Overheden kunnen verschillende maatregelen nemen om ongelijkheid tegen te gaan.

In een wetenschappelijk artikel dat binnenkort in Journal of Happiness Studies wordt gepubliceerd, gaan Bjorn Lous en ik na wat de invloed is van overheidsbeleid op inkomensongelijkheid. In dit artikel, getiteld Economic Freedom, Income Inequality and Life Satisfaction in OECD Countries, schatten wij hoe verschillende dimensies van overheidsbeleid invloed hebben uitgeoefend op de inkomensongelijkheid in 21 landen binnen de OESO (een in 1948 opgericht sociaaleconomisch samenwerkingsverband) gedurende de periode 1990-2014. Uit de schattingen komt naar voren dat, naarmate de overheid minder belasting heft, de inkomensongelijkheid in een land groter is. Naarmate hoge inkomensgroepen verhoudingsgewijs meer belasting moeten betalen dan lage inkomensgroepen, neemt de ongelijkheid af. Het belastingstelsel zorgt dan namelijk voor een herverdeling van inkomen van rijk naar arm.

Inkomensongelijkheid neemt ook toe naarmate een land meer openstaat voor vrijhandel. In OESO-landen stimuleert vrijhandel de export van goederen en diensten van hoge kwaliteit en ze bevordert daarmee de werkgelegenheid onder hooggeschoolden. De toegenomen invoer van goederen die de vrijhandel mogelijk maakt, betreft daarentegen producten die meer laaggeschoolde arbeid vergen. Hierdoor veroorzaakt vrijhandel opwaartse druk op de lonen van hoog opgeleiden en neerwaartse druk op die van laag opgeleiden, waardoor de inkomensongelijkheid ook toeneemt.

Een derde factor die inkomensongelijkheid bevordert, is de mate van regulering van markten voor goederen en diensten en de arbeidsmarkt. Wat het laatste betreft kun je bijvoorbeeld denken aan de hoogte van het minimumloon. In landen met een heel laag minimumloon zijn de lonen van laag opgeleiden vaak lager dan in landen met een hoger minimumloon.

Bij de regulering van productmarkten kun je denken aan het antimededingingsbeleid van de overheid. Naarmate de overheid effectiever is in het bestrijden van de economische macht van grote bedrijven en weet te voorkomen dat zij kleine bedrijven van de markt drukken, zal de concurrentie levendiger zijn en zullen de winstmarges daardoor kleiner zijn. Dan wordt voorkomen dat bedrijven als Google en Facebook een groot deel van de markt (bijvoorbeeld van onlineadvertenties) beheersen. Omdat het veelal de rijken zijn die dergelijke grote bedrijven bezitten, helpt het bestrijden van de economische macht van grote bedrijven dus ook om ongelijkheid tegen te gaan.

Het bestrijden van ongelijkheid is van grote maatschappelijke betekenis. In het genoemde artikel vinden Bjorn Lous en ik dat het een van de factoren is die het menselijk geluk in de samenleving beïnvloeden: hoe meer ongelijkheid, hoe minder gelukkig mensen gemiddeld genomen zijn.

Inkomensongelijkheid is een bron van allerlei andere vormen van ongelijkheid, zoals ongelijkheid in gezondheid en toegang tot gezondheidszorg, ongelijkheid in scholing en ongelijkheid in de kwaliteit van de directe leefomgeving van mensen.

Ook wordt het vertrouwen in overheidsinstituties erdoor beïnvloed. Van groot belang is dat burgers voelen dat zij meetellen in de samenleving. Naarmate de inkomensgelijkheid groter wordt, zal een groter deel van hen zich meer uitgesloten voelen. Dit tast niet alleen hun geluk aan, maar vormt ook een gevaarlijke voedingsbodem voor gedrag dat zich afkeert van de samenleving.

Onze analyse is daarom ook van belang voor de kabinetsformatie. In ons artikel zijn diverse aanknopingspunten te vinden voor overheidsbeleid dat de juiste balans weet te treffen tussen vrije marktwerking en corrigerend ingrijpen.

Als wij onze bevindingen naast het economisch beleid van president Trump leggen, zien wij dat het glas half vol en half leeg is. Enerzijds vergroot Trump de macht van grote bedrijven door de winstbelasting te verlagen. Ook profiteren hoge inkomensgroepen, omdat de belastingtarieven voor hen dalen. Verder zwakt Trump de regulering van het bedrijfsleven af, waaronder eerdere maatregelen die juist zijn genomen in de nasleep van de kredietcrisis, om herhaling daarvan te voorkomen. Al deze beleidsmaatregelen leiden tot meer inkomensongelijkheid en tasten het geluk in Amerika verder aan. Wel legt Trump restricties op aan de vrijhandel. Volgens onze analyse kan dat enig tegenwicht bieden.

Also available in: Engels