Historisch econoom Floris Heukelom is optimistisch dat we de manier waarop we nationale economieën evaueren kunnen veranderen, dankzij de gedetailleerde analyse gepresenteerd in Measuring America: How Economic Growth Came to Define American Greatness in the Late Twentieth Century (2010) door de socioloog Andrew Yarrow. Een boekinterview.

Floris, jij bent opgeleid als econoom en vervolgens gepromoveerd in de geschiedenis van het economisch denken. Dit boek sluit aan bij die specialisatie. Waar gaat het over?

“Measuring America (2010), van de socioloog Andrew Yarrow, laat erg mooi zien hoe het denken over het vage, brede, en algemene idee van ‘American greatness,’ het floreren van het land en haar bevolking, in de loop der tijd veranderde. Begin 20ste eeuw was het heel moreel gedefinieerd, in termen van de grote vrijheden, de geweldige cultuur, de religie. Het had ook wel een economische basis, maar dat definieerde het zelfbegrip niet. Gedurende de 20ste eeuw raakte het denken over wat Amerika groots maakte, het success van de natie, steeds verder gedomineerd door het Bruto Binnenlands Product (BBP) als maatstaf. Dit is direct relevant voor een van deelprojecten binnen ons onderzoeksproject ‘Waar Goede Markten Goed voor zijn’, een deelproject dat zich concentreert op menselijk floreren en hoe dat te definiëren en operationalizeren. Ook voor economen meer in het algemeen is dit een leerzaam boek. Hoe kun je als econoom op een andere manier naar de samenleving kijken? Wat zijn de beperkingen van de economische blik?”

Dit boek van Yarrow is uit 2010. De kritiek dat BBP een slechte indicator van welzijn is, stamt al van veel eerder. Nobelprijswinnaar Amartya Sen schreef er bijvoorbeeld al in 1979 een invloedrijk essay over. Wat voegt dit boek dan toe?

“Klopt, die discussie is toen al door Sen aangewakkerd. En door Sen en anderen is er vervolgens ook gewerkt aan alternatieven om individueel en nationaal welzijn te meten. Helaas wordt het te vaak als een absolute, moralistische discussie gepresenteerd. Alsof ‘de’ economen – en daar reken ik ook beleidsmakers met een economische achtergrond onder – welvaart allemaal volledig met die foute BBP maatstaf vereenzelvigen.


“Dit boek is niet normatief […], het gaat er niet over wat een goede of foute maatstaf is.”


De reactie uit dat kamp van economen wordt daardoor vaak nogal defensief:  ‘We weten het wel, er zitten beperkingen aan deze maatstaf, maar…’ En dan volgen er redenen om het BBP toch te blijven gebruiken. Dit boek is niet normatief, het neemt geen standpunt in, het gaat er niet over wat een goede of foute maatstaf is. Wat het geweldig doet, is heel gedetailleerd laten zien waarom de BBP maatstaf langzamerhand dominant werd, en vooral ook waardoor en wanneer.”

Kun je een tipje van de sluier oplichten, wat voor nieuwe inzichten geeft Yarrow ons?

“Waar het om gaat, is een interactie tussen de stand van zaken in de wereld, beleid dat gemaakt wordt, instituties die ontstaan en gewoonten die zich vormen. Yarrow beschrijft die interactie heel mooi, maakt het heel inzichtelijk.


“Die keuze voor BBP had geen morele redenen. Het had niets te maken met welvaart en geluk.”


Yarrow concentreert zich op de na-oorlogse periode, de opkomst van het BBP-begrip als gevolg van 2de wereldoorlog. In zo’n oorlogssituatie moet je weten hoeveel productie je kunt verschuiven, bijvoorbeeld van kleding naar vliegtuigen. En op hoeveel belasting je kunt rekenen voor de oorlogskas. Heel pragmatisch, heel legitiem ook, want zo werd de oorlog gewonnen. Die keuze voor BBP had geen morele redenen. Het had niets te maken met welvaart en geluk. De economen die zich destijds dáár mee bezig hielden, die zagen dan ook niets in het BBP, maar werden aan de kant geschoven. Vervolges laat Yarrow zien dat het BBP een handige maatstaf bleef in de na-oorlogse opbouwfase. Ook dan moet je als overheid zorgvuldig met middelen en productie omgaan, moet je bijvoorbeeld prioriteit geven aan huizen en wegen, of schoenen en voedsel?

Gedeeltelijk was dit al wel bekend hoor. Waar Yarrow echt wat toe voegt, is zijn zorgvuldige beschrijving van hoe via de OESO en andere internationale organisaties een standaardiseringsproces op gang komt, gedreven door de vraag wie er recht heeft op hoeveel noodhulp. De ranking van landen komt op gang, het BBP wordt steeds meer universeel verhaal.

Sen kwam in de jaren 1980 met zijn Human Development Index (HDI) als alternatief. De reactie was: ‘goed plan, zijn we mee eens, doen we.’ En dus werd die meting ingevoerd. Maar voor organisaties als de Wereldbank en het IMF bleef het toch een centrale vraag wie er het meeste recht heeft op een nieuwe lening. Ze wilden ook gewoon hun begrotingen kunnen maken. Daar hadden ze het BBP voor nodig. Maar het vasthouden aan het BBP als centrale maatstaf is ook een kwestie van gewoonte hoor, in Nederland bijvoorbeeld moest het CPB van de overheid nou eenmaal werken met het BBP.”

Een heel beschrijvend boek dus. Maar als we het wél over moraliteit en markten willen hebben, als we menselijk welzijn centraal willen stellen en iets willen veranderen in hoe we economische fenomenen evalueren? Wat hebben we dan aan dit boek?

“Yarrow laat zien waarom verandering moeilijk is, maar tegelijkertijd ook dat het mogelijk is. In krant en boeken, op symposia en conferenties – altijd wordt er maar vanuit gegaan dat economen BBP nou eenmaal centraal stellen. Dit boek laat zien dat onze huidige, sterk economische interpretatie van hoe goed het met ons gaat helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Ooit was het anders en dus kan dat ook weer veranderen.

Je kunt een vergelijking maken met het teweegbrengen van een energietransitie. Je kunt goed verdedigen dat we zo snel mogelijk van de benzinemotor af moeten, elektrische auto’s zijn een veel beter idee. Maar inmiddels weten we ook dat de bestaande technologie een geschiedenis heeft, deze is onderdeel geworden van socio-technische systemen die historisch gegroeid zijn. Er is een padafhankelijkheid, dat kun je niet zomaar even veranderen. Je moet daarvoor begrijpen hoe de interacties tussen onderdelen van het systeem verlopen.

Zo is het ook met economische ideeën en instrumenten. Beter dan grote kritiek hebben op alles wat mis is, is het om te kijken naar kleine stappen die wel haalbaar zijn. Bijvoorbeeld in hoe precies het ministerie van financieën rapporteert.”

Post/artikel mogelijk gemaakt door



Series "'Goede Markten' boekinterviews":

Welke boeken – klassiekers of recent gepubliceerd – zou je moeten lezen voor een diepgaand begrip van de relatie tussen markten en moraliteit? In deze serie boekinterviews geven onderzoekers uit het project ‘Waar Goede Markten Goed voor zijn’ hun persoonlijke aanbeveling.


Articles in this series:
  1. Sociale Verbanden Nodig voor de Markt, niet Radicaal Individualisme
  2. De Psychologische Mechanismen achter de Werking van de Onzichtbare Hand
  3. Onvermijdelijk dat We Elkaar Af en Toe Kwetsen in de Markt
  4. Hoe BNP Dominant Werd in de Economie

Also available in: en